Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer of klik hier om te accepteren. Accepteren Lees meer

VCMB - Verbonden door creditmanagement kennis!
VCMB

BTW terugvragen bij oninbare vordering

Als u een factuur stuurt aan uw klanten, moet u de btw daarover direct aangeven en betalen. Betaalt uw klant de factuur uiteindelijk niet of maar gedeeltelijk, dan is uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar. Dan hebt u btw betaald die u niet ontvangen hebt. U kunt deze btw dan terugvragen. Betaalt een klant uw factuur niet of maar gedeeltelijk, bijvoorbeeld bij een faillissement? Dan hebt u aan de Belastingdienst btw betaald die u niet ontvangen hebt. U kunt deze btw terugvragen.

De Belastingdienst ziet een vordering als oninbaar als de vergoeding 1 jaar na het opeisbaar worden nog niet is betaald. De regeling geldt ook als een andere ondernemer de vordering heeft overgenomen. De regeling geldt ook voor milieubelastingen.

Wordt de vergoeding later toch nog geheel of gedeeltelijk ontvangen? Dan moet u de belasting daarover weer op aangifte betalen.

Wanneer terugvragen?

U kunt de btw terugvragen zodra het zeker is dat uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. De vordering wordt vanaf 1 januari 2017 in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk 1 jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen u en uw klant is overeengekomen. Als geen betalingstermijn is vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.

Hoe terugvragen?

Het bedrag van de teruggaaf verwerkt u in de aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan of de 1-jaarstermijn is verstreken (is de oninbaarheid ontstaan vóór 1 januari 2017 dan moet u een brief sturen naar uw belastingkantoor waarin u om teruggaaf verzoekt). U mag kiezen of u het terug te vragen btw-bedrag opneemt als aftrekbare voorbelasting (vraag 5b van de aangifte) of als negatieve omzet met het daarbij behorende negatieve bedrag aan btw (vraag 1a of 1b van de aangifte).

Factoorregeling

Als een ondernemer zijn vordering geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een andere ondernemer (bijvoorbeeld een factormaatschappij), treedt deze andere ondernemer voor die vordering of het overgedragen gedeelte daarvan in de plaats van de ondernemer die de vordering overdraagt.

Wanneer de vordering oninbaar is of als oninbaar wordt aangemerkt (verstrijken 1-jaarstermijn), dan kan de overnemende ondernemer de btw alleen terugkrijgen door het indienen van een teruggaafverzoek. Hiervoor moet gebruik worden gemaakt van het formulier ‘Verzoek om teruggaaf omzetbelasting (overgenomen vorderingen)’.

Overgangsrecht

Hebt u een vordering waarvan de uiterste betaaldatum is verstreken vóór 1 januari 2017 maar die op die datum (gedeeltelijk) niet is ontvangen? En is die vordering vóór 1 januari 2017 niet oninbaar? Dan begint de termijn van 1 jaar te lopen op 1 januari 2017. Dit betekent dat deze vordering op 1 januari 2018 als oninbaar wordt aangemerkt voor zover de vordering op die datum nog steeds niet is ontvangen. Wanneer de oninbaarheid van deze vordering in de loop van 2017 op een andere wijze is komen vast te staan, ontstaat uiteraard al op dat moment het recht op teruggaaf.

Alsnog ontvangen betaling ná teruggaaf btw

Als u de btw van een vordering in mindering hebt gebracht in uw btw-aangifte en deze vordering wordt alsnog geheel of gedeeltelijk betaald, dan geeft u de verschuldigde btw over het gedeelte dat u hebt ontvangen aan in het aangiftetijdvak waarin u de betaling ontvangt.

Bron : Belastingdienst

Gerelateerde artikelen

© 2018 VCMB Maatwerk software door Way2Web

Wanneer onderneemt u actie bij het signalen van betalingsachterstanden?

Laden ... Laden ...