Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer of klik hier om te accepteren. Accepteren Lees meer

VCMB - Verbonden door creditmanagement kennis!
VCMB

Machtspositie fiscus bij
invorderingen is te groot

Invorderingen moeten worden afgestemd op de doelgroep, de schuldenaren. Laat invorderingsgeschillen onder de belastingrechter vallen en versterk de ambtelijke prudentie in het beleid, schrijft emeritus hoogleraar fiscale economie Leo Stevens in zijn expertbijdrage. ‘Het is de hoogste tijd een cultuuromslag te maken.’

De macht van de Belastingdienst wordt pijnlijk voelbaar als de deurwaarder op de stoep staat om de openstaande aanslagen te incasseren. Hij is het strenge gezicht van een machtige overheid en beschikt over vérstrekkende bevoegdheden om dat te regelen; goedschiks of kwaadschiks.

Als rechtvaardiging voor het strenge invorderingsbeleid wordt aangevoerd dat de staat zijn schuldenaren niet zelf uitkiest. Hij moet daarom ter wille van het algemene belang de betaling ook daadwerkelijk kunnen afdwingen.

‘Als de burger nalatig is met betalen, speelt het feit dat hij niet kan betalen, of niet begrijpt dat of wat hij moet betalen, nauwelijks nog een rol.’

Deze machtspositie is evenwel sluipenderwijs steeds verder toegenomen. Veel invorderingsmaatregelen zijn om efficiencyredenen geautomatiseerd. Zelfs gevoelige maatregelen, zoals het opleggen van verzuimboetes, het uitvaardigen van dwangbevelen en het uitvoeren van de dwanginvordering kregen daardoor meer een proces- dan een persoonsgericht karakter.

Als de burger nalatig is met betalen, speelt het feit dat hij niet kan betalen, of niet begrijpt dat of wat hij moet betalen, nauwelijks nog een rol. Het systeem loopt daarom bij kwetsbare doelgroepen vaak vast in ambtelijke bureaucratie met extra uitvoeringskosten. Maatschappelijke frustratie is het wrange gevolg.

Bijkomende narigheid is dat de rigide overmachtspositie van de Belastingdienst andere schuldeisers in een achtergestelde positie drukt, terwijl zij vaak in een veel kwetsbaardere positie verkeren dan de fiscus. Dat veroorzaakt vervolgens elders weer nieuwe problemen.

Dwanginvordering

Als de belastingschuldige niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voldoet, volgt de fase van dwanginvordering. Die begint met een aanmaning en – zo nodig – betekening van een dwangbevel, alles verhoogd met invorderingskosten. Terwijl andere schuldeisers daarvoor een rechterlijk vonnis nodig hebben, kan de belastingontvanger zonder tussenkomst van de rechter tot executie overgaan. Hij kan eigenmachtig beslag leggen op de inboedel, het inkomen of de bankrekening en zelfs tot de kredietruimte geld afschrijven van de bankrekening van de belastingschuldige.

Ook kan hij beslag leggen op tegoeden die de belastingschuldige bij anderen heeft. Zeer confronterend is het loonbeslag. De werknemer krijgt dan slechts het loonbedrag uitbetaald dat onder de beslagvrije voet valt; het overige moet de werkgever aan de Belastingdienst afdragen.

‘Een dergelijke interne klachtenbehandeling is duidelijk niet meer van deze tijd en heeft met onafhankelijke rechtsbescherming weinig uitstaande’

De betalingstermijn van een dwangbevel is uiterst kort. Onder omstandigheden (faillissement, schuldsanering, emigratie) kan de ontvanger zelfs overgaan tot versnelde invordering en executie. Dat is ook mogelijk als er gegronde vrees bestaat dat goederen van de belastingschuldige worden verduisterd.

De ontvanger is weliswaar gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur, maar de rechtsbescherming bij dergelijke ingrijpende (vaak contraproductieve) maatregelen is zeer pover geregeld. Bij schending daarvan is beroep mogelijk bij de civiele rechter, maar voor de doorsnee belastingschuldige is dat geen reële optie.

De noodzaak een advocaat te moeten inschakelen vormt een te hoge (kosten)drempel. Beter is het voor invorderingsgeschillen de belastingrechter als beroepsinstantie aan te wijzen.

Ook voor andere belangrijke invorderingsbeslissingen van de ontvanger, zoals het weigeren of intrekken van uitstel van betaling of de weigering kwijtschelding te verlenen, is een passende beroepsmogelijkheid eigenlijk niet beschikbaar. De burger is afhankelijk van de wijze waarop de ontvanger invulling geeft aan de ambtelijke voorschriften die bij ministeriële regeling zijn vastgesteld. Tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel is een (kostbare) verzetsprocedure bij de civiele rechter mogelijk, maar die heeft geen opschortende werking.

‘Een passende beroepsmogelijkheid is eigenlijk niet beschikbaar.’

Wel is het mogelijk om over specifieke beslissingen van de ontvanger te klagen bij de directeur, een functionaris die binnen de Belastingdienst speciaal daarvoor is aangewezen. Deze beklagprocedure biedt geen toegang tot een onafhankelijke rechter en moet binnen veertien dagen na afwijzing van het verzoek (afwijkingen daargelaten) in gang worden gezet via indiening van een verzoek tot herbeoordeling bij de ontvanger die met de invordering belast is geweest.

Als de ontvanger niet tot een ander inzicht komt, moet hij het beklag doorsturen naar de directeur onder toevoeging van zijn advies. Dit advies is een ‘intern stuk’ dat niet aan de belastingschuldige kenbaar wordt gemaakt en waarover hoor en wederhoor ook niet mogelijk is. Een dergelijke interne klachtenbehandeling is duidelijk niet meer van deze tijd en heeft met onafhankelijke rechtsbescherming weinig uitstaande.

Schuldhulpverlening

Terecht heeft de Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken bepleit het incassobeleid van de Belastingdienst voor de burgers beter te integreren in de schuldhulpverlening. Die opereert proactief en biedt burgers de mogelijkheid hun leven weer op de rit te krijgen. De huidige opeenstapeling van incassomaatregelen en de diversiteit van invorderingsbevoegdheden zijn voor deze doelgroep frustrerend ingewikkeld en intimiderend. Ze zetten de menselijke maat continu onder druk.

Het is de hoogste tijd een cultuuromslag te maken in het invorderingsbeleid en de geformaliseerde regelgeving voor de kwetsbare burgers om te bouwen tot praktische hulpverlening. Geef de belastingontvanger de gelegenheid zijn empathische gezicht te tonen. Versterk voorts de ambtelijke professionaliteit in het invorderingsbeleid waardoor rechtshandhaving en rechtsbescherming elkaar beter in evenwicht houden. Uiteindelijk komt een grotere prudentie de hele samenleving ten goede.

Bron: FD.nl

 

 

Gerelateerde artikelen

© 2021 VCMB - Website door: New Fountain

Wanneer onderneemt u actie bij het signalen van betalingsachterstanden?

Laden ... Laden ...